Wat je moet weten over de fietsband

Banden zijn een essentieel onderdeel van de fiets. Maar hoe hard moet je ze nou precies oppompen? En is meer profiel wel altijd beter? Alles over fietsbanden.

De moderne fietsbanden zijn vaak van hoge kwaliteit: ze fietsen licht en gaan lang niet zo snel meer lek als de banden van vroeger. Maar onderling verschillen de banden veel op het gebied van breedte, vorm en juiste spanning.

Bandenmaat

Vroeger vond je in veel landen afwijkende aanduidingen van bandenmaten en dat kon nog weleens leiden tot verwarring. Het algemene advies voor een fietsvakantie luidde dan ook: neem je eigen reserveband mee.

Tegenwoordig bestaat er echter een algemeen systeem waarmee de bandenmaat aangeduid wordt. De meeste banden van nu hebben dan ook een ETRTO-maat, ook wel ISO-maat genoemd. De bandenmaat wordt bij dit systeem aangegeven met twee getallen, bijvoorbeeld 37-622. De eerste geeft de breedte aan en de tweede is de diameter van de band, gemeten vanaf de hieldraad – de ijzerdraad die in de band zit. Beide getallen zijn in millimeters.

Smalle of dunne banden?

Zowel smalle als brede banden hebben voordelen. Bedenk dus goed waar je je fiets voor gebruikt als je overweegt een bredere – of juist smallere – velg en band op je fiets te zetten. Wat is beter in welke situatie?

Dunne banden zijn lichter en dus geschikter voor fietsen waarbij je snel aan snelheid wilt winnen of waarbij je veel van snelheid wisselt. Daarom zien we op sportieve fietsen vaak smalle banden.

Brede banden zijn zwaarder. Het kost meer moeite om ze in beweging te brengen. Maar wanneer je langere afstanden fietst met een min of meer constante snelheid, dan zijn bredere banden juist comfortabeler, omdat het doorfietsen minder inspanning kost. Ook slijten bredere banden minder snel en hebben ze meer grip. En op zachtere en oneffen ondergronden hebben brede banden minder rolweerstand.

Bandenspanning

Met de juiste bandenspanning fiets je lichter en is er minder kans op lekrijden. Hoe hoger de bandenspanning, hoe lager de rolweerstand. Bovendien zorgt een te lage of te hoge spanning ervoor dat je band sneller slijt dan nodig is. Maar de juiste spanning hangt onder andere af van de breedte van je band. Over het algemeen geldt: hoe smaller de band, hoe harder je hem oppompt. De maximale bandenspanning kun je vinden op de zijkant van de band.

Controleer je bandenspanning minstens één keer per maand; elke band verliest namelijk lucht. Pomp er direct wat lucht bij als dat nodig is.

Profiel

In tegenstelling tot autobanden wordt het profiel van fietsbanden niet gebruikt om water af te voeren. Op asfalt heb je dat profiel daardoor vaak niet eens nodig: zonder profiel maakt een groter oppervlak van de band contact met het wegdek, waardoor je dus meer grip hebt. Bij onverharde wegen of in de sneeuw maakt het profiel daarentegen wel duidelijk verschil: met gladde banden heb je hier juist geen grip. Veel fietsbanden zijn desondanks toch uitgevoerd met profiel, maar dit komt vooral omdat veel fietsers een band zonder profiel niet helemaal vertrouwen.

Bronnen: Fietsersbond & Schwalbe

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.